Wayne Rooney of England

Waarom het Europees kampioenschap onder 21 ertoe doet

Het Europees kampioenschap onder 21, waarvoor de teams deze maand afreisden naar Polen, rekent in de eindzege op twee grote favorieten: Duitsland en Spanje. Maar het team met het grootst aantal eindoverwinningen op dit toernooi is Italië. Zij namen de trofee al vijf keer mee naar huis. Het Engelse team, op zoek naar een derde Europese titel, zal het moeten doen zonder Marcus Rashford die, net als Wayne Rooney voor hem, de junioren omzeilt en direct mee wil doen met de grote jongens.

Uit ons onderzoek blijkt dat dit weleens een vergissing zou kunnen zijn. De meeste grote namen in het Europese voetbal, denk maar aan Francesco Totti of Frank Lampard, hebben veel gehad aan hun leertijd bij de jeugd.

Het is een voorbereiding voor het grote podium

We hebben gekeken naar de drie meest recente finales van het Europese kampioenschap en kwamen tot de ontdekking dat het aantal caps onder de 21 van de gemiddelde basisspeler in de dubbele cijfers liep. Een uitgebreide speeltijd in het jeugdteam heeft in ieder geval de internationale carrière van een Andrea Pirlo of Xavi niet geschaad. Allebei kwamen ze meer dan 20 keer uit voor hun nationale ploeg onder 21. Veel van de voetballers die geen onder 21 toernooi hebben gespeeld waren ofwel genaturaliseerde buitenlanders, zoals Miroslav Klose, of ze hadden hun land in jongere leeftijdsgroepen vertegenwoordigd, zoals Paul Pogba, die de onder 21 omzeilde nadat hij 58 keer was uitgekomen op andere jeugdniveaus.

Succes is een bewezen weg naar het senior team

Een indrukwekkend optreden bij het Europese onder 21 kampioenschap voorspelt internationaal succes. Driekwart van de spelers die sinds de eeuwwisseling een onder 21 finale hebben gewonnen, kwamen in het grote nationale team, en bijna de helft heeft meer dan 10 caps gewonnen. De 50% zal binnenkort zeker worden overschreden, gezien het forse aantal spelers uit deze statistiek die nog altijd actief zijn. We denken met name aan de 10 van Zweden’s triomfantelijke elftal in de 2015 finale.

Topscorers hebben gewoonlijk een succesvolle internationale carrière

De Gouden Schoen winnaar van het onder 21 kampioenschap gaat zijn land meestal met onderscheiding vertegenwoordigen. De gemiddelde topscorer sinds de start van het toernooi in 1978 heeft 45 caps bij de senioren gewonnen en 15 doelpunten gescoord. De lijst omvat een aantal van de allergrootsten van de sport, zoals Raul en Davor Suker, maar ook een paar die nooit de stap hebben gemaakt. Zowel Renato Buso van Italië als Maceo Rigters van Nederland kwamen niet verder dan de jeugd, vooral omdat hun nationale teams in die periode uit een overvloed aan goede aanvallers konden kiezen. In 1992 waren in Italië Gianfranco Zola, Pierluigi Casiraghi en Giuseppe Signori op hun hoogtepunt. In 2007 beschikte Nederland – naast de voormalige onder 21 topscorer Klaas-Jan Huntelaar – over Robin van Persie, Ruud van Nistelrooy en Arjen Robben.

De topscorers in Europese toernooien komen meestal uit de onder 21 rangen

Bijna alle topscorers op de Europese kampioenschappen bij de senioren – spelers met minstens drie doelpunten, die nog steeds actief zijn – hebben een leertijd bij de jeugdselectie achter de rug. In feite speelden slechts twee spelers in deze lijst geen enkele wedstrijd voor hun nationale onder 21 team: Wayne Rooney en Arsenal’s Olivier Giroud. De Franse aanvaller viel in 2001 af bij het onder 16 team en moest een decennium wachten voordat Laurent Blanc hem bij de grote jongens haalde.

Wie van de huidige onder 21 spelers is voor grotere dingen bestemd?

Kunnen we de statistieken gebruiken om te voorspellen welke spelers van het toernooi in Polen in de toekomst zullen stralen? Bij Engeland zou de vacature die Rashford creëerde kansen kunnen bieden voor Chelsea’s Tammy Abraham. Met zijn 19 jaar heeft hij nog tijd genoeg om de 10 caps te halen die een graadmeter voor succes bij de senioren lijken te zijn. Elders is er veel opwinding over Duitslands David Seike, die al 7 doelpunten heeft in 11 optredens onder 21. Ook Borja Mayoral van Spanje en Italië’s Alberto Cerri, stevenen af op meer dan 10 caps, en allebei zijn ze al een vaste waarde bij een Europese topclub.

X